Zorg voor het kind door de kinderarts begint soms vóór, maar voor elk kind van bij de geboorte.

Kinderarts bij de bevalling

Op vraag van de gynaecoloog is een kinderarts aanwezig bij elke bevalling waar het risico op complicaties bij de geboorte is verhoogd. Bij de geboorte of kort daarna onderzoekt de kinderarts van wacht de pasgeborene en volgt deze verder dagelijks op tijdens het verblijf in op onze materniteit.

Tijdens het korte verblijf in de materniteit proberen we je zoveel mogelijk informatie te geven en je helpen je baby te leren kennen.

Redenen van opname


Bij problemen tijdens en kort na de geboorte (prematuren minder dan 36 weken, zeer laag geboortegewicht, een infectie, ademhalingsproblemen ...) wordt de baby opgenomen op de N*dienst waar de kinderarts de baby verder volgt. De reden waarom jullie baby op deze afdeling verblijft, kan heel verschillend zijn.

  • Misschien is hij of zij te vroeg geboren.
  • Misschien verliep de bevalling moeilijk en moet de baby wat bekomen.
  • De baby is wat ziek.
  • De baby vertoont een afwijkend gedrag.
  • Je baby lag reeds enkele dagen bij jou op de kamer, maar dat ging niet niet zo goed als verwacht. Je baby verhuist daarom even naar de afdeling neonatologie.

De afdeling

Onze afdeling neonatologie bestaat uit:

  • de aankleedruimte
  • de bezoekersruimte met glaswand en afzonderlijke ingang
  • de couveusekamer
  • en kamer voor de baby’s in een bedje.

Wanneer jullie voor de eerste keer op bezoek komen, kunnen jullie door de omgeving overweldigd zijn. Op de borst en de buik van jullie baby zijn er kleine klevertjes geplaatst die met een kabeltje verbonden zijn met een monitor ter controle van de ademhaling en hartslag. De monitor alarmeert meteen bij te hoge of te lage waarden.

Sommige baby’s hebben nood aan wat extra zuurstof en krijgen een zuurstofballon of klokje. Het zuurstofniveau in het bloed wordt dan gecontroleerd door middel van een elektrode die wordt vastgekleefd aan het voetje.

Af en toe heeft de baby medicatie of extra vocht nodig en krijgt hij of zij een infuus. Ook baby’s die nog niet zelfstandig kunnen drinken, krijgen een infuus en/of sondevoeding.

Wanneer de baby last heeft van te veel slijmpjes of zich verslikt, wordt er geaspireerd. De slijmen worden zachtjes weggezogen door middel van een slangetje.

Er is ook steeds een vroedvrouw verantwoordelijk voor de baby’s op de neonatale afdeling. Zij zal zoveel mogelijk bij jullie kindje aanwezig zijn. Is zij er even niet, dan kan zij door middel van haar zoemer, waarop de monitors van de baby’s zijn aangesloten, de toestand van jullie baby op de voet volgen en reageren op eventuele alarmen.

Een dag uit het leven van de baby

Het badje

Meestal krijgt jullie baby ’s morgens een badje. De manier waarop het badje gegeven wordt, hangt af van de conditie en de grootte van jullie baby. Naarmate de gezondheidstoestand van de baby gunstig evolueert, kan je als ouder zelf het badje geven.

De voeding

Hoe je baby gevoed wordt, hangt af van de zwangerschapsduur, zijn gewicht en conditie. Als jullie baby zelf kan drinken, krijgt hij of zij 7 tot 10 keer een flesje aangeboden met een beetje suikerwater, afgekolfde moedermelk of flesvoeding. Wanneer de baby nog niet sterk genoeg is, krijgt hij of zij voeding via een sonde. Dit is een slangetje dat wordt ingebracht door de neus naar de maag, waarlangs de voeding gegeven wordt.

Het aantal voedingen en de manier waarop die worden gegeven, worden bepaald door de kinderarts. De eerste dagen worden de voedingen gegeven door de vroedvrouwen. Van zodra de toestand van jullie baby het toelaat, kan je eerst met hulp en later alleen de baby voeden.

Borstvoeding op neonatologie

De zuig-slikreflex ontwikkelt zich rond 34 weken zwangerschap. Sommige te vroeg geboren of zieke baby’s zijn zelf sterk genoeg om aan de borst te zuigen. Anderen kunnen het niet alleen en dan moet er afgekolfd worden.

Het is van belang dat er afgekolfd wordt binnen de 6 uur na de geboorte en dit zes tot acht maal per dag. Dit helpt om de melkproductie op gang te brengen en op peil te houden. Voldoende rust en drinken zijn heel belangrijk.

We begeleiden jullie bij het aanleren tot afkolven. Van zodra het mogelijk is, wordt de afgekolfde moedermelk aan jullie baby gegeven.

Wanneer de baby het aangeeft en de arts het toestaat, wordt geprobeerd de baby aan te leggen. Zuigen aan de borst vergt meer energie dan zuigen aan een flesje en daarom wordt het aantal keren aan de borst zuigen geleidelijk opgebouwd.

De kinderarts

Verschillende keren per dag komt de kinderarts langs om de evolutie en toestand van jullie baby te beoordelen en zo nodig de therapie en voeding aan te passen. Soms wordt er bloed geprikt, een RX-foto genomen, medicatie aangepast of een infuus geprikt …

Om de toestand van jullie baby te bespreken, komt de kinderarts dagelijks bij jullie langs op de materniteit. Hebben jullie reeds het ziekenhuis verlaten, aarzel dan niet om een afspraak te maken om de kinderarts te spreken.

Nablijven van de baby

Na een weekje mag mama naar huis, maar mogelijks blijft de baby nog even bij ons.

Zeer belangrijk in deze verwarrende periode is het contact tussen de ouders en het verzorgend personeel en de artsen. De afdeling neonatologie wordt bijna een tweede thuis voor jullie.

Indien je baby moet 'nablijven', zal je flink wat tijd doorbrengen in het ziekenhuis. De vroedvrouwen begrijpen vaak beter je angsten en noden dan de meeste vrienden en kennissen. Praten met andere ouders die door een gelijkaardig periode gaan, kan ook verrijkend zijn. Er bestaan heel wat ouderverenigingen, zoals de Vlaamse Vereniging voor Ouders van Couveusekinderen vzw, waar jullie als ouders terechtkunnen.

Probeer regelmatig langs te komen, meer dan dat kunnen jullie voorlopig niet doen. Het is immers van belang om jullie baby goed te leren kennen voor die naar huis mag. Iedere baby is een eigen persoontje met een eigen dag- en nachtritme.

Baby mag naar huis

Ook na ontslag van je baby uit het ziekenhuis, staan onze vroedvrouwen nog dag en nacht voor jullie klaar, in nauw contact met de kinderarts. Je kan hen steeds bereiken op 09 387 72 50.

Alle ouders kijken uit naar de dag dat hun kindje eindelijk naar huis komt, een blijde gebeurtenis! Geleidelijk aan worden jullie voorbereid op die dag van ontslag. Er volgen gesprekken met de kinderarts, waarbij er ook een aantal onderzoeken gebeuren. De kinderarts bepaalt wanneer jullie baby mee naar huis mag.

Thuiskomen is voor iedere ouder een emotionele gebeurtenis, die vaak met onzekerheid gepaard gaat. Er is een hele tijd in te halen om aan elkaar te wennen. Iedereen denkt dat je nu alles aankunt omdat de bevalling al een tijdje achter de rug is, maar voor jullie begint de kraamtijd nu pas.

Probeer het bezoek wat te spreiden, neem de tijd om aan jullie nieuwe baby te wennen en geniet met volle teugen! Er wordt steeds een controle-afspraak gepland met je kinderarts na het ontslag.

Wist je trouwens dat je bevallingsrust verlengd wordt met de dagen die je baby na dag zeven (zeven dagen na de geboorte) nog op de dienst neonatologie moest verblijven?